Into the Mists

Bearded Seas

Sul 15 Vult

Ik had het grootste gedeelte van de nacht niet geslapen. Lelia bleek nog te leven; ze woont nu bij ons in. Ook Daim bleek (nog) niet dood. Helaas had dat gespuis van een Sorrin niets nuttigers te melden dan dat hij wellicht in Droaam zou kunnen zijn. Helaas moesten we compleet de andere kant uit, naar de Lhazaar Principalities.

We gingen kijken bij de Thunderchaser of we al op weg konden gaan. Het schip leek verlaten, maar er was wel wat bedrijvigheid te horen. Thorvald ging de machinekamer in, omdat hij daar het makkelijkst past. We zagen dat de siegestaf geïnstalleerde was. Het zag er indrukwekkend uit. Hiermee zouden we zeker minder moeite hebben met het afslaan van vijanden tijdens onze reizen. Bij Thorvald’s terugkomst vertelde hij dat volgens Victor Kobelbonk, de machinist, de elemental van het schip overstuur was. Morgen zou het wel opgelost zijn.

Vervolgens waren we bij burgmeester Clarice Jor op bezoek. We hadden voor ons avontuur rondom Arcanix beloofd aan de vluchtelingen uit Cyre om te proberen wat aan hun armoedige levensomstandigheden te doen. Clarice wou eerst de vluchtelingen niet in de leegstaande huizen plaatsen vanwege strubbelingen tussen de vluchtelingen en de mensen uit Olath. Op mijn opmerking dat het laten creperen van de vluchtelingen in de kou voor ergere wrijving zou zorgen, liet ze weten dat ze haar best zou gaan doen

Mol 16 Vult

Met onze reisbepakking bij ons gingen we weer naar de Thunderchaser. Servano begroette ons en meldde dat Sigor niet meeging. Hij wou er niet over uitweiden. Ook vertelde hij ons dat we niet door Karrnath of Aundair konden gaan. We kozen er voor om via het water te gaan; via Scions Sound allereerst richting Skairn om aldaar informatie in te winnen

Zol 17 Vult

Er was niks gebeurd vandaag. We zijn op de open zee ten noorden van Karrnath. Khreij leek een beetje misselijk. Waarschijnlijk was het niks dat hij zelf niet op kan lossen.

Wir 18 Vult

Die lamzak van een Jace d’Lyrander had ons vandaag recht in een storm laten varen. Plotseling waren er hoge golven, regenvlagen, donder en bliksem. Er leek eerst geen einde aan te komen. We moesten de bemanning van het schip helpen. Behalve Khreij; hij ging bij de eerst golf hoger dan een meter al over zijn nek. Aan hem hadden we helemaal niks vandaag. Hopelijk kan hij zichzelf een beetje oplappen zodat hij beter is als we in Skairn aankomen.

Flynn rende de machinekamer in, waarschijnlijk deels zodat zijn mantel droog blijft. Na korte tijd viel de ring rondom het schip even uit. Geen idee wat dat betekende, maar het was vast niet goed. Ik klom de mast in om de vinnen te laten zakken. Eerst de linkervin, met een ingewikkeld systeem aan touwen en katrollen. Volgens Jace zou het laten zakken van de vinnen voor meer stabiliteit zorgen. Thorvald had ondertussen uitgevogeld hoe we het beste in deze storm moesten varen. Op zijn aanwijzingen stuurde Jace het schip recht tegen de golven in. Door de verandering van de bewegingen op het schip viel Thorvald tegen de reling aan. Heel vreemd.

Ondertussen was Flynn weer naar boven gerend en motiveerde iedereen met een doodswaarschuwing. Blijkbaar hielp dit heel erg bij Thorvald, want hij sprong snel weer overend en ging met hernieuwde energie uitvogelen welke kant we uit moesten om zo snel mogelijk de storm uit te komen. Ondertussen was ik druk bezig met de rechtervin, die gelukkig ook zonder moeite neerdaalde. Door een grote golf werd Flynn plat op het dek geslagen. Compleet nat verdween hij weer de machinekamer in.

Even later leek de ring om het schip heen wil dikker te worden. Zowaar, we gingen ineens sneller en varend op Thorvalds aangegeven richting waren we al snel de storm uit. Het schip had enige schade, maar niets waardoor we niet verder konden varen

Zor 19 Vult

Jace meldde ons dat we aangekomen waren in de Lhazaar Principalities. Al snel zag Thorvald dat we werden benaderd door een ander schip, een schip dat onder de piratenvlag voer. Thorvald was erg enthousiast om de siegestaf uit te proberen. We liepen gedrieën (Khreij was aan het uitzieken) naar de siegestaf om deze in de richting van het aankomende piratenschip te draaien. Eenmaal goed gericht gaf ik het commando tot vuren en een waarschuwing richting Jace voor de terugslag.

Flynn bleek bizar goede affiniteit met het wapen te hebben. Na twee brute schoten was het hele schip compleet vernietigd, met alles erop en eraan. We vaarden door de brokstukken en om een of andere reden viste Thorvald een houten been uit het water. Ieder zo zijn eigen..

Later kwamen we aan in Skairn. Op zoek naar inlichtingen kwamen we in de kroeg Het Gouden Anker, dat vanzelfsprekend geen gouden anker had. In deze kroeg bleek een nonstop kroeggevecht gaande. Voordat we binnenkwamen, vloog er al een bierpul in Flynn’s gezicht. Terwijl Thorvald uitzocht wie ons informatie kon verschaffen, hield ik een oogje in het zeil. Op een gegeven moment wankelde iemand half tegen me aan. Na hem buiten westen te hebben geslagen, werd het wat rustiger in mijn directe omgeving. Blijkbaar waren ze niet compleet achterlijk hier.

Thorvald kwam erachter dat we naar ene Crazy Eye Joe moesten die op de heuvel woont. Thorvald’s egoïsme zorgde er natuurlijk voor dat hij alleen naar de Blood Sails vroeg, terwijl we ook informatie moesten hebben over de Dire Sharks. Wellicht wist deze Joe daar ook het een en ander over.

Joe leefde in een armetierig huisje, maar had wel een tuintje. Ergens op een hoopje bij een boom lag een hele verzameling lantaarns. Zoals ik al schreef; ieder zo zijn eigen. Joe wou ons niet binnenlaten, maar omdat we wanhopig informatie nodig hadden, moesten we toch naar binnen. De deur wou niet ingetrapt worden, dus klommen we door een raam naar binnen. Wat een zielig hoopje mens was die Joe. Kaal, één arm, twee tanden, mist een oog en hij was amper langer dan Thorvald. Daarnaast bleek hij erg moeilijk in de omgang, zo erg dat Thorvald gefrustreerd werd en de arme oude man wou slaan met een knuppel. Die kon ik niet laten gebeuren. Ten eerste omdat je dat gewoon niet doet. Ten tweede omdat Joe ons dan alsnog niets had verteld.

Uiteindelijk kwamen we erachter dat Joe een hoofd wou van een zeeprins. Het graf van deze zeeprins lag in de Forsaken Forest, net ten zuiden van Skairn. Deze onbekende zeeprins is vermoord door Mika Rockface van de Cloud Reavers. Als wij dit hoofd terug zouden brengen, zou hij ons informatie verschaffen over de Blood Sails. Over de Dire Sharks wou Joe maar twee dingen zeggen; dat ze doden opriepen en dat we beter naar Regal Port konden voor informatie.

Bij het verlaten van het huis bleken de eerder genoemde lampionnen een verzameling gedroogde hoofden. Juist..

Comments

rednightmare

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.