Khreij

Mannelijke dragonborn combat cleric van 31 jaar oud, die bij toeval door een teleporteer ongeluk in de catacomben verscheen

Description:

Kort van stuk, vroeger atletisch lichaam, maar niet bijgehouden. Zelfverzekerd. Moersgroen getinte vlekkerige huid. Met zijn korte nek, gebogen rug en opgetrokken schouders maakt hij een merkwaardige eerste indruk. Bij weinig licht tekenen schaduwen over zijn gezicht door het sterke relief van zijn schubben. Absoluut geen knappe dragonborn.

Draagt een ietwat extravagant gewaad van zwart en paars textiel, met lichtblauwe accenten. Voor een V-hals waardoor een deel van zijn doffe stalen chainmail armor goed te zien is.

Bio:

Toen Kreij’s zelfzuchtige karakter botste met de ‘vervuilde’ magie van de kleine thiefling vizier Crallum veranderde zijn leven compleet. Kreij ontmoete Crallum tijdens een van zijn zwerftochten door het zuiden van Eberron. Op de piek van een van de vele naamloze bergen in dat gebied trof Kreij een onguur dorpje aan, maar door zijn egocentrische karakter dacht Kreij alleen aan dat hij het koud had. Hij trok het dorpje in om daar niemand te vinden. In het midden van het dorp stond het dorpshuis, hier brandde licht, maar zelfs het bord voor de kop van Kreij was niet groot genoeg om te verhullen dat iets hier niet pluis was. Kreij vond een warm bed in een van de huizen rond het dorpshuis, genoot daar nog wat van zijn gestolen wijn en viel daarna snel in slaap.

De volgende ochtend werd Kreij wakker op een koude betonnen vloer. Zo te zien was hij in de grote hal van een dorpshuis, om hem heen stonden bedienden druk te poetsen. Aan zijn hoofd stond die kleine dikke smerig Crallum te grinniken. Zo wat brengt jou hier clerk? Dit is geen beste plaats voor jou om nu te zijn, maar ach ik vergeet mijn manieren, mijn naam is Crallum, en ik ben de heerser van deze wereld, nouja bijna.. Kreij kon nog weinig opmaken van deze situatie, behalve dan dat Crallum compleet gestoord was en dat hij hier weg moest komen. Terwijl hij langzaam de kamer rond keek en probeerde op te staan vertelde hij Crallum zijn naam.

Crallum keek geïntrigeerd naar de omhoog krabbelende dragonborn. Ik ken jou beter dan dat jij jezelf kent Kreij. Al die kleine en grote misdaden die jij hebt begaan en bent vergeten heb ik allemaal voor je onthouden.

Kreij raakte een beetje in paniek, waar had deze waanzinnige het over? Maar zijn egoïsme, kwaadaardigheid en wil om zelfbehoud hadden al een plan gesmeed om hier uit te komen. Kreij was nog steeds in het bezit van een kleine dolk in zijn schoen (cliché maar het blijkt weer dat dit truukje werkt). Maar wie zou hij neersteken of bedreigen? Crallum had een vreemd soort uitstraling van macht en hij leek Kreij geen goed doelwit. Een paar meter achter Crallum stond een schone vrouw die nerveus haar gewicht van haar ene voet naar haar andere verschoof. Ze straalde niet uit de vrouw van Crallum te zijn, maar ze was zo goed gekleed, en ze werd hier geduld. Crallum moest wel oog voor haar hebben.

Ondertussen leek Crallum al geen aandacht meer te hebben voor Kreij, hij had een doosje met sieraden geopend en was daar druk in op zoek naar.. Ja wat eigenlijk, wat een hele vreemde situatie. Maar dit leek wel het moment voor Kreij om iets te doen aan deze netelige situatie.

Kreij strekte zich en deed alsof hij daarbij een spier vertrok in zijn been, als bij gratie van een pijnscheut rijkte hij naar zijn onderbeen om daar zijn dolk te verschoon te halen. Met 3 grote onelegante passen was hij bij de schone vrouw en snel drukte hij het lemmet tegen haar keel.

Het lijkt mij beter als ik nu weer ga zei Kreij kortaf, misschien neem ik haar wel mee voor een pleziertje.

Crallum grinnikte en zei Je hebt een vreemde smaak wat betreft vrouwen Kreij, altijd al gehad. Hierna stak Crallum zijn hand omhoog waarna de hele ruimte veranderde.

De ruimte had eens geleken op de binnenkant van een dorpshuis, maar leek nu eerder op een van de laagste verdiepingen van de hel. De muren leken van pas gesmolten lava te zijn, de grond van graniet en koel dat het was. Kreij was gewend aan kou, hij had er nooit van gehouden en kou had ervoor gezorgd dat hij nu in de problemen zat, maar als iemand die koude kan spugen had hij het niet snel koud. Nu echter bevroor hij bijna, alle hitte leek naar Crallum getrokken te worden, zodat zelfs omringd door pas gesmolten lava de ruimte ijskoud was.

De bediendes waren ook veranderd, van jonge dames naar die gruwelijke drukke goblins, en de schone vrouw die hij vast had was gewoon verdwenen, maar even verderop stond nu een kleine orc die op een gruwelijke manier verdacht veel op haar leek.

Crallum’s uiterlijk was niet veranderd. En hij sprak Jouw egoisme kent zelfs geen medelijden voor een schone vrouw, Kreij jij bent bijna perfect voor een klusje dat jij voor mij moet opknappen.

Kreij was verbijsterd, waar had die lelijke dikkerd het toch over? Hoe was de wereld om hem heen zo snel veranderd.. Wie was Crallum?

Jij moet voor mij uitzoeken wie Cyre zomaar heeft kunnen laten veranderen in zo’n desolate plaats. Zo iemand zou ik goed kunnen gebruiken. Sprak Crallum.

Kreij riep natuurlijk direct dat hij Crallum nooit zou helpen waarop Crallum een ring en een kaart van Eberron tevoorschijn haalde. Met deze ring kan ik bijhouden waar je je bevind in Eberron en of je wel goed je best doet, je kunt het beste eerst naar Darguun gaan om informatie in te winnen over de locaties van de draken-profeties, ik vermoed dat deze er iets mee te maken hebben, daarna zul je al die locaties af moeten gaan, op zoek naar aanwijzingen wie het gedaan zou kunnen hebben. Ik geloof niet dat er een god mee gemoeid was, die houden zich meestal afzijdig en gebruiken ons als pionnen om hun spel uit te spelen.. Ja wij zijn pionnen.

Kreij had het niet meer, tegen zijn instincten in sprong hij op Crallum af om hem dood te steken, maar toen hij in de buurt van Crallum was, verdween deze in de damp en mist. Meteen werd de kamer iets warmer. De kaart was ook meteen verdwenen, maar de ring viel op de grond.

Voordat Kreij een kreet van opluchting kon slaken viel hij neer op de grond door een vreselijk bittere pijn. Verwijtende stemmen in zijn hoofd, vreemd bekende stemmen, scheurden hem bijna van binnen uit elkaar.

De stem van Crallum klonk: Hmm zo kun je natuurlijk niet werken, pak de ring, deze zal je pijn verlichten.

Meteen pakte Kreij de ring en deed deze om, de pijn verdween.

Zolang je deze ring om hebt zal de pijn grotendeels wegblijven. En het is een vervelende pijn, de beste pijn, het is de geaccumuleerde pijn die jij in alle tijd veroorzaakt hebt.

Hmm het lijkt me het beste dat je gaat, in die kist zitten de rest van je spullen, er zal zo een portaal verschijnen dat je naar hier naar Arthuun brengt, in het oosterlijkere Kraal zal je iemand vinden die je de plekken met aanwijzingen van de draken-profeties kan vertellen.

Kreij stond op en vermande zich, hij wilde nog iets zeggen en hoopte dat de stem hem kon horen. Maar ineens werd hij weer overvallen door pijn, bijna direct begon de ring te gloeien en verdween de pijn, maar de gedachte aan de pijn bleef bij Kreij.

Ah ja sprak Crallum Helaas is de ring niet perfect, de pijn zal bij je blijven, maar de ring zal proberen deze zo snel mogelijk op te nemen, je zult eraan moeten wennen. Ik zou als ik jou was de ring maar niet af doen

Een blauw portaal verscheen, Kreij had niets meer te zeggen, pakte snel zijn spullen en stapte door het portaal.

Kreij kwam was onderweg van StarckCrag Rock naar Stormhome hij mocht bijna door het portaal stappen, instussen dacht hij even na. Op 7 plaatsen was hij geweest, en nergens had hij een goede hint gevonden wie er achter de vernietiging van Cyre zat, elke keer slechts een stille hint naar een volgende plek. Misschien zou het zilte Stormhome wat meer te bieden hebben. Kreij keek naar zijn ring. Al meerdere keren had Kreij geprobeerd de ring af te doen, maar elke keer had hij na een paar uur een vreselijke aanval van pijn gehad, waarin hij toch weer toegaf aan de ring. Kreij was aan de beurt en het leek alsof hij geen keus had om verder te gaan. Snel stapte hij door het portaal naar Stormhome.

Bruut werd Kreij op de vloer geworpen, ergens ondergronds. Dit leek absoluut niet op Stormhome, waar was de zee? In de verte zag hij een magisch projectiel geslingerd worden naar een paar kobolds, een ander groepje kobolds kwam snel op hem af.

Wat een eigenaardig groepje mensen, waar ben ik nu toch weer terecht gekomen, zou het toeval zijn, of zou Crallum me naar een andere plek gezonden hebben? Kreij wist het niet, hij kon op geen manier communiceren met die valse dikzak. Misschien kon hij deze mensen gebruiken om sneller te zoeken, het was het perfecte type weldoeners. En hadden ze niet een kaart gemaakt? Kreij moest maar snel een excuus vinden om die kaart te mogen inzien. Maar totzover waren de struikrover-piraat en tovenaar nog niet echt behulpzaam geweest. Hij moest zich maar even ‘nuttig maken’ en in ieder geval even met de groep meereizen om te zien of dit iets te betekenen had. Wat zou er op de kaart staan?

Khreij

Into the Mists RoyTriesscheijn